Terug naar de inhoudsopgave
De geschiedenis van het land

Het rijk Ghana
bestond van ongeveer 700 tot ongeveer 1100 na Christus. De
hoodstad was Koumbi Saleh (in de buurt van Nioro du Sahel). De Soninkés
waren de meesters van het oude Ghana. De economie rustte vooral op de
transsahara handel met Noord Afrika, dat geïnteresseerd was in goud,
zout en slaven. In de 10de eeuw beleefde het rijk z'n
hoogtepunt, dankzij de goudrijke provincies in het zuiden.
De Islam
verspreidde zich dankzij de transsahara handel tegen het jaar 1000.
Door de komst van de Islam werden er meer wereldlijke sociale
structuren geïntroduceerd, zoals universiteiten, gecentraliseerde
staatssystemen en legers.
De
hoofdstad van Ghana werd verwoest door een inval van nomaden in 1076,
waarna het rijk uiteen viel.
Het rijk Mali
bestond van ongeveer 1250 tot ongeveer 1450. Toen Ghana
uiteen viel, ontstonden verschillende kleine staatjes, onder andere Kangaba,
waaruit het rijk Mali voortkwam. Het was onder de leiding van Soundiata
Keita (1235-1255) dat het rijk Mali groot werd. Hij versloeg het
buurrijk Susu, dat onder leiding stond van Sumanguru Kanté. En wederom
kwam de kracht van het rijk van het goud. Het rijk beleefde z'n
hoogtepunt onder het bestuur van een opvolger van Soundiata, Mansa Moussa (1305-1339).
In die tijd leverde het rijk twee derde van al het goud op de
wereldmarkt. Tijdens zijn reis naar Mekka in 1324, deelde Mansa Moussa
zoveel goud uit in Caïro (de schattingen variëren tussen 1000 en 10.000 kg),
dat de koers van het goud op mondiaal niveau met ongeveer 15% kelderde
gedurende 10 jaar! Hij gebruikte zijn welvaart echter ook voor de
uitvoering van langere termijn plannen, zoals bijvoorbeeld de bouw van
de moskeeën van Gao en Djenné. Maar het rijk was groot en kon in de
15de eeuw geen tegenstand bieden aan
de opstanden van de Soghais, de plunderingen van de
Mossis uit het zuiden en de aanvallen van de Toearegs vanuit het
noorden.
Een groot verschil tussen het rijk Ghana et het rijk
Mali was de territoriale uitgestrektheid.
Maar ook de banden die Mali onderhield met de wereld buiten Afrika.
Mali was veel meer internationaal georiënteerd dan Ghana.
Het rijk Songhaï,
bestond van 1464 tot ongeveer 1600. De Songhaïs moesten
wachten tot 1464 om een enorm rijk te stichten, onder leiding van Sonny
Ali Ber. Askia Mohammed (1493-1521), opvolger van Sonny, breidde het
rijk uit. Gao was de politieke en administratieve hoofdstad. Maar
Timboektoe was de belangrijkste handels-, religieuse en
intellectuele
stad van het rijk en
beleefde z'n gouden tijd; Vele intellectuelen,
vooraanstaande filosofen en geestelijk leiders verbleven er. Het rijk
viel aan het eind van de 16de eeuw uiteen, ten gevolge van
interne rivaliteiten, de goudhandel van de Portugezen (vanaf 1450),
die het goud direct van de mijnen naar de havens van de kustlanden
transporteerden, en de aanvallen van de Marokkanen die het rijk
versloegen in de jaren 1550.
Daarna volgden
vele koninkrijken
(en pogingen om koninkrijken te stichten) elkaar op tot de komst van
de Fransen:
-
De Bambaras uit Ségou (Coulibaly en Diarra) 1712-1818.
In 1818 werden de Bambaras verslagen door Sékou Amadou, de Fula koning
uit Macina. In 1861 werd Ségou veroverd door El Hadj Omar, die alle
inwoners dwong zich te bekeren tot de Islam.
-
De Fulas uit Macina
-
De
Toucouleurs uit het westen (El Hadj Omar Tall),
1852-1864
-
De Sénoufos uit het zuiden (Tiéba en Ba Bemba Traoré).
-
Samory Touré (Malinké), de laatste tegenstander van
de Fransen gedurende 18 jaar; hij blijft de beroemdste van de
laatste generalen en strategen van west Afrika.
De Franse verovering
ving daadwerkelijk aan in 1854, met de benoeming van kolonel Faidherbe
aan het hoofd van de kolonie Senegal, en de bouw van het fort Médine,
in 1855, in de buurt van Kayes. De Franse troepen werden in eerste
instantie tegengehouden door El Hadj Omar Tall, die aan het hoofd
stond van het Toucouleur rijk, en die even hard vocht om de koloniale
machten te bestrijden als om de heidense koninkrijken aan de monding
van de Niger te bekeren tot de Islam. De ruzies tussen de koninkrijken
hebben de voortgang van de Franse troepen ten zeerste vergemakkelijkt.
Tegen 1914, was de verovering voltooid.
De onafhankelijkheid:
Mali bleef een Franse kolonie tot
1956, eerst Hoog-Senegal-Niger genaamd en vervolgens Frans Soedan.
In 1958 ging Mali deel uitmaken van de Franse gemeenschap. Onder de
naam Soedanese Republiek, probeerde het land in
1959
een federatie aan te gaan met Senegal, hetgeen mislukte. Mali werd op 22 septembre 1960
onafhankelijk. Modibo Keïta werd de eerste, socailistische, President.
Hij werd in
1968
afgezet door een militair comité onder leiding van Moussa Traoré,
die op zijn beurt werd verdreven door een staatsgreep (op 26 maart 1991)
die die voortkwam uit een volksopstand.
Het
meerpartijensysteem
werd ingesteld en Alpha Oumar Konaré werd de President van de
derde Republiek in april 1992. Hij werd in mei 1997 herkozen en stond
in mei 2002 zijn plaats af aan Amadou Toumani Touré.
Terug naar de inhoudsopgave
De bevolking
Het
land telt meer dan 11 miljoen inwoners. Meer dan 80% is moslim,
hetgeen hen er niet van weerhoudt af en toe animistische rituelen uit
te voeren in een poging bepaalde problemen op te lossen. Het Malinese
vormt een etnisch mozaïek dat voortkomt uit de vele vermengingen
tussen volkeren.
De Mandingue volkeren
De
Mandingue volkeren (afkomstig uit het Mandingue gebergte) vormen de
meerderheid van de Malinese bevolking (bijna 50%). Tot deze volkeren
behoren:
De Bambaras :
± 3 miljoen, landbouwers, die wonen tussen Bamako en Ségou,
De
Malinkés : ± 600.000, eveneens
landbouwers, die wonen ten zuiden van de lijn Kayes-Bamako,
De
Soninkés (Markas) : ± 750.000,
landbouwers, wonend in de regio Kayes, die van huis uit grote
reizigers zijn. Velen van hen zijn geëmigreerd naar de Afrikaanse
kustlanden en Frankrijk,
Dogons : ± 500.000, landbouwers,
over de hele wereld bekend; zij hebben zich, op de vlucht voor de
Islam, gevestigd inde kliffen en op de hoogvlakte van Bandiagara,
De
Bozos en Somonos :
± 150.000, vissers (meest
sedentair),
die langs de Niger en de Bani wonen,
De
Khassonkés, landbouwers, wonend in de
regio Khasso, tussen Kayes en Bafoulabé.
De andere volkeren
In de
noordelijke helft van het land trekken
groepen nomaden rond die 40% van de bevolking vertegenwoordigen:
-
De
Moren, voortgekomen uit een vermenging
van Berbers, Arabieren en Zwarten; zij verblijven dichtbij de grens
met Mauretanië,
-
De
Fulas : ± 1 miljoen, voor alles
veehouders; zij leven overal in Mali, behalve in de noordelijke
Sahara en de zuidelijke savanne,
-
De Touaregs : ± 500.000,
zij trekken rond ten noorden van Timboektoe en Gao,
-
De
Songhais : ± 600.000, sedentaires,
bevolken de Nigervallei van Macina tot Say.
In
het zuiden van het land, verdelen enkele
volkeren
(ongeveer 10% van de bevolking) zich over Mali, Ivoorkust en Burkina Faso :
-
Sénoufos,
-
Bobos,
-
Mossis,
-
Miniankas.
Terug naar de inhoudsopgave
De economie
Mali is één van de
armste landen van de wereld en heeft grote economische en sociale
problemen gekend : enorme buitenlandse schulden,
moeilijkheden om in de sociale en educatieve behoeften te voorzien… De
regering probeerde deze problemen zo goed en zo kwaad als het ging op
te lossen, door hard te onderhandelen met het IMF en de
Wereldbank,
investeerders en andere vrienden van het land. Tegenwoordig is de
economie, hoewel verre van rose, weer enigszins tot leven gekomen
dankzij de export van katoen en goud (uit de mijn van Sadiola in het
zuiden), en de energieproductie bij de dam van Manantali in
samenwerking met Senegal en Mauritanië.
De economie berust op landbouw (gierst, sorghum en pinda's) en op
veeteelt. Katoen (van uitstekende kwaliteit) wordt veel verbouwd in
het zuiden (Koutiala, Kita, Sikasso). In de Sahel worden omvangrijke
kuddes runderen gefokt (hetgeen overbegrazing veroorzaakt). Een groot
deel wordt vervolgens te voet geëxporteerd naar de kustlanden. Het
belang van de visserij is ook niet te verwaarlozen, vooral in de Niger
delta.
De
belangrijkste exportproducten zijn: katoen, goud, leer en huiden,
fruit en groente, schapen, runderen en granen.
De belangrijkste importproducten zijn:
aardolieproducten, levensmiddelen, medicijnen en voertuigen.
Terug naar de inhoudsopgave
Feiten en
statistieken
Hoofdstad: Bamako
Oppervlakte
: 1 240 000 km2 (ongeveer 33 keer Nederland). De Sahara
beslaat tweederde van deze oppervlakte (het gehele noorden), het
midden van het land ligt in de Sahel, en het zuiden en zuid-westen
liggen in de soedanese zone.
Bevolkingsdichtheid: 7.9 inwoners/ km2
Religies :
-
Islam 80%,
-
Christendom 10%,
-
Traditionele geloven 10%
Talen :
Officiële
taal: Frans
De
belangrijkste gesproken talen zijn:
-
Bambara 38%,
-
Fulani 14%,
-
Sonrhaï 6%,
-
Dogon 5%
Geletterdheid: 40%
Verstedelijking : 28%
Gemiddeld jaarinkomen per
hoofd van de bevolking:
$275 VS dollars
Klimaat:
oktober
- maart: fris en droog
april
- juni: heet en droog
juli
- september:
regentijd
Gemiddelde temperaturen en regenval (Bamako)
|
Maand |
min. ºC |
max. ºC |
Regenval
(mm) |
|
Januari |
16.6 |
33.3 |
0.1 |
|
Februari |
19.5 |
36.3 |
0.3 |
|
Maart |
22.5 |
38.5 |
2.5 |
|
April |
24.9 |
39.5 |
20.8 |
|
Mei |
25.3 |
38.4 |
54.8 |
|
Juni |
23.4 |
35.2 |
127.6 |
|
Juli |
22.0 |
32.1 |
225.5 |
|
Augustus |
21.7 |
31.3 |
284.2 |
|
September |
21.5 |
32.2 |
200.4 |
|
Oktober |
21.0 |
34.7 |
72.3 |
|
November |
17.7 |
35.2 |
6.1 |
|
December |
16.3 |
33.3 |
0.8 |
Tijdszone:
universele tijd: 's zomers is het
in Mali 2 uur vroeger dan in
Nederland en 's winters 1 uur.
Valuta: De
West-Afrikaanse
FCFA
(die ook gebruikt wordt in Burkina Faso, Niger, Ivoorkust, Benin, Togo
en Senegal)
Terug naar de inhoudsopgave